Casaert - Senechal






Casaert Pigeons
S├ębastien Casaert
Rue des Marais 72
7750 Russeignies

Tel. : +32 69 55 69 09
GSM : +32 496 12 04 46

Voorstelling

Artikels van Mattacchione Silvio 18/05/2012 voor PIPA  www.pipa.be

Sébastien Casaert (Casaert-Senechal): een wonderkind in de duivensport!

"Als wonderkind wordt in het algemeen een kind beschouwd, dat op enig gebied van kunst, wetenschap of sport op jonge tot zeer jonge leeftijd in het algemeen publiekelijk heeft aangetoond over bijzondere vermogens te beschikken, die men bij een dergelijke leeftijd nog niet zou verwachten."

Bron: http://nl.wikipedia.org/wiki/Wonderkind

Het ligt voor de hand dat nieuwsberichten meestal over "winnaars" gaan, en niet over verliezers. In de afgelopen jaren heb ik verschillende artikels kunnen schrijven over interessante verhalen uit de duivensport. Tegenwoordig ligt de nadruk steeds vaker op statistieken, resultaten, ranglijsten en percentages, en verdwijnt de rest naar de achtergrond. Ik heb steeds geprobeerd om mij te focussen op het verhaal achter de duivenmelker, of dat van zijn duiven, om zo tot een interessant en beklijvend verhaal te komen. Een verhaal dat je een betere kijk geeft op de man en zijn duiven, een verhaal dat interessanter is dan de uitslagen zelf. Ik schrijf doorgaans enkel over liefhebbers van "wereldklasse", en het verhaal achter de man leert ons hoe iemand het van onbekend duivenmelker tot liefhebber van wereldfaam kan schoppen.

 

Maurice Casaert is in veel landen heel bekend, en wordt er alom gerespecteerd. Frank McLaughlin, de befaamde Amerikaanse duivenmelker, heeft nooit onder stoelen of banken gestoken dat hij een groot fan is van de Casaert duiven, en heeft ze al meermaals beschreven als "wereld's taaiste fond-duiven". Ik denk ook niet dat ze dat in China of Duitsland snel zullen tegenspreken, want Maurice heeft drie keer de beste jonge duif van België gekweekt en gevlogen. Maurice (80) is nu al meer dan 60 jaar bij de duivensport betrokken, en hij staat al meer dan 20 jaar aan de top in België. We overlopen even de absolute hoogtepunten in zijn carrière, waaronder vier nationale overwinningen:

1° Nationaal Montauban 1992 tegen 5.335 duiven met 'Invincible Montauban'
1° Nationaal Souillac 2000 tegen 7.154 duiven met NASDAQ
1° Nationaal Brive 2004 tegen 7.446 duiven met MISTRAL
1° Nationaal Bourges2008 tegen 13.354 duiven met FOOTSIE

Nationaal kampioen halve fond ...

Talrijke provinciale overwinningen, semi-nationaal, nationale top 100 ...

 Dat is duidelijk, maar wat heeft het te maken met Sébastien?

Sébastien werd in 1972 in Doornik geboren als de tweede zoon van Maurice Casaert en Julienne Vandenbulcke. Er wordt wel vaker gegrapt dat hij daadwerkelijk in het duivenhok geboren werd. Hoewel we daar geen geloof aan hechten, is het wel zo dat de duivensport altijd een onderdeel van zijn dagelijkse leven is geweest tijdens zijn opvoeding. Op achtjarige leeftijd was hij al gefascineerd door de vliegduiven van zijn vader, de vele bezoekers, de lange discussies en de competities. Sébastien was een geboren winnaar, en dat heeft hij ongetwijfeld van zijn vader, die uitzonderlijk was als kweker en motivator!

Waarom was deze jonge man zo gedreven?

“Ik weet het niet, maar ik voelde mij altijd tot de competitie aangetrokken. Ik vind de duivensport spannend en erg motiverend. In de zoektocht naar vooruitgang moeten we onszelf voortdurend in vraag stellen. Ik ben gezegend met een winnaarsmentaliteit."

Zoals veel van zijn leeftijdsgenoten fietste Sébastien graag, en hij hield ook van voetbal. Het was uiteindelijk het voetbal dat hem naar zijn grootse successen in de duivensport leidde. Je vraagt je wellicht af hoe dat komt. Het was via het voetbal dat Sébastien in contact kwam met een zekere Francois Senechal (nu 73), een succesvol zakenman (stond mede aan het hoofd van de befaamde onderneming La Redoute), die toen ook aan het hoofd stond van een voetbalclub, en die bovendien goed bevriend was met Maurice Casaert, vader van Sébastien.

 



Francois Sénéchal was een drukbezet man, en was in zijn vrije tijd ook duivenmelker. Hij was wanhopig op zoek naar een goede loft manager, want het viel hem steeds moeilijker om tijd vrij te maken voor deze hobby. Hij vertelde erover tegen Maurice, en die stelde meteen zijn zoon Sébastien voor als kandidaat. De pas veertienjarige Sébastien nam deze taak met zoveel verantwoordelijkheid, inzet en inzicht ter harte, dat het hok van Sénéchal uitgroeide tot een van de beste van het land, en dat gedurende acht jaar: hij leidde de hokken van zijn 14de tot zijn 22ste.

“Op 1 november 1986 ging ik aan het werk op de hokken van François Sénéchal uit Leers. Elke dag nam ik na schooltijd de fiets voor een ritje van 10km van thuis naar de hokken van Sénéchal.”

Dit was nog maar het begin: kort daarna werd hij voor een jaar ook loft manager voor mr. Hétru (Hetru-Casaert 1995). Deze combinatie was goed voor schitterende resultaten, maar werd na een jaar terug ontbonden: ze slaagden er niet in om een hechte band te smeden. De uitzonderlijke kwaliteiten van de jonge "meester" Sébastien kwamen bovendrijven en werden geapprecieerd door de beste liefhebbers van het land. Dat iemand op zo'n jonge leeftijd en in zo'n korte tijd zoiets kon bereiken, was inderdaad uitzonderlijk, en bevestigde de uitzonderlijke capaciteiten van een erg jonge duivenliefhebber.

Een nieuwe start: Casaert-Sénéchal

In 2000 werd de samenwerking tussen Casaert en Sénéchal opnieuw opgestart, nadat het duo in 1986 voor een eerste keer de handen in elkaar sloeg. In de basis waren de duiven van Sébastien's vader Maurice goed vertegenwoordigd, maar er werden ook versterkingen toegevoegd van gelijkwaardige lijnen als Vandenabeele, Georges Bolle en Erik Limbourg, en tegen 2003 kwam er een erg krachtige mengeling tot stand van deze vier lijnen. In 2008 kwam er nieuwe versterking, opnieuw van Limbourg, maar ook van Gaston Van de Wouwer, Geert & Clara Philips en De-Smeyter Restianen. Daaruit kwam een sterke mix tot stand, waarvan het geheel duidelijk sterker was dan de afzonderlijke delen.

“In 1997 kocht ik een oude boerderij op, dat zich goed leende voor het duivenspel. In 1999 werden de eerste hokken gebouwd, en in 2000 was het tijd voor de eerste wedstrijden. De eerste duiven kwamen van Maurice en Gregory Casaert uit Néchin, Georges de Bolle uit Kortemark en Gaby Vandenabeele uit Dentergem. In 2001 kwamen er duiven van Erik Limbourg uit Brussegem bij. Waarom deze duiven?
Deze mensen kenden op dat moment prachtige resultaten en uitstekende referenties in de discipline waarop ik mijn zinnen gezet had: vluchten van 400 tot 600 km.

Mijn visie is heel eenvoudig, en is altijd dezelfde gebleven: op zoek gaan naar duiven die aan mijn eisen voldoen: kweken, vliegen en selecteren. Als de resultaten navenant zijn, kijk ik naar de origines. Aangezien ik graag snel resultaten behaal, stel ik voor mijn jonge duiven doelen op. Zo kan ik op basis van de resultaten gemakkelijk een strenge selectie houden.

 

 


 

In 2007 had Sébastien zijn zinnen gezet op een overwinning in de Nationale La Souterraine. 18.973 jonge duiven vlogen een erg moeilijke tocht van 514 km, een duivin van de kolonie won de vierde plaats, en uiteindelijk finishten vijf duiven binnen een minuut van de winnaar.

2008 was een jaar van verandering voor Sébastien: zo verhuisde hij met zijn familie en kolonie naar een nieuwe woonst in Russeignies. Een verhuis brengt vaak mindere resultaten met zich mee, en het duurt al snel enkele jaren om daarvan te herstellen.
Maar dat was bij hem niet het geval: 2009 zou een uitstekend jaar worden voor Sébastien: hij boekte meteen succes. Bij de tweede fond-vlucht was de trein al vertrokken: hij won de eerste 13 en 20 in de eerste 24 van Toury tegen 356 jaarlingen. En ook in de weken daarop vielen topresultaten te noteren: 5 keer top-100, waaronder 2 keer Top-10 nationaal in Bourges Nationaal. In Issoudun, tegen 5845 duiven, eindigden 14 duiven bij de eerste 93.

2010: een topjaar met verschillende titels

2011 begon met een kleine ramp: de jonge hond van Sébastien drong de hokken binnen en doodde vijf weduwnaars, waaronder enkele van zijn beste grote fond-duiven. Al snel werd duidelijk dat hij een moeilijk seizoen tegemoetging.

Maar later dat jaar kwam dan toch de ommekeer! Op 24 april won Sébastien een eerste prijs Hens Ecouen met 4281810/10, een duif die gekweekt was door zijn goede vriend Joost De Smeyter, een boezemvriend met wie hij de liefde voor wielrennen deelt. Aangezien Philippe Gilbert toen de wielerklassieker Luik-Bastenaken-Luik won, langs de helling La Roche aux Faucons”, werd ook de 4281810/10 omgedoopt tot "La Roche aux Faucons”. "La Roche aux Faucons" won ook nog vijf prijzen in 2011, en dat leverde de titel van tweede nationale asduif midfond KBDB 2011 op.


Deze duif is net zoals Philippe Gilbert een waar fenomeen.

1° Angerville 977d 7-5
1° Toury 639d 14-5
1° Orléans 320d 4-6
1° Angerville 438d 25-6
1° Blois 1449d 8-7

 


Op 20 mei van dat jaar won de Palme d'Or (ter ere van het filmfestival van Cannes dat toen ook plaatsvond) de eerste plaats op de Inter-Provinciale Vierzon, als snelste van 17.021 duiven.

Op zondag organiseerden twee vrienden, Joost De Smeyter en Bruno Degand, een feestmaal om de overwinning van de Palme d'Or te vieren. Palme d'Or zou later door PEC overgekocht worden en omgedoopt worden tot "Amalia.”


Amalia liet in Vierzon tegen 6.659 duiven de snelste tijd opmeten, en werd eerste interprovinciaal met een coëfficient van 0,0150 % (op 21 mei 2011).
Kort daarna, op 18 juni, werd ze tiende tegen 7.847 duiven, met een coëfficent van 0,1336%. Een schitterend resultaat, rekening houdende met de locatie van haar hok en de vluchtomstandigheden die dag. Op 2 juli vloog ze in Argenton, en werd ze eerste tegen 1.289 duiven op de Derby Hainaut, en 27ste nationaal tegen 19.782 duiven. Op de Derby Hainaut had ze een coëfficient van 0,0779%.

Op 27 augustus kwam ze opnieuw aan de bak in La Souterraine, tegen 868 duiven. Ze werd er tweede met een coëfficient van 0,2304%. Haar uiteindelijke coëfficent bedroeg dan 0,4569%, wat haar tot de allerbeste wedstrijdduif van België maakte in het seizoen 2011. Het leverde haar ook de 1° Nationale Asduif KBDB 2011 grote fond op, een prijs die elk jaar maar door één duif kan gewonnen worden. Er werd natuurlijk een hevige strijd gevoerd om deze duif in handen krijgen, maar uiteindelijk betaalde het PIPA Elite Center een aanzienlijke som (op dat moment een recordbedrag voor een duivin), om te zorgen dat haar genetische kwaliteiten konden verenigd worden met hun kampioen "New Freddy", die op zijn beurt tot 1° Nationale asduif KBDB 2011 grote halve fond gekroond was. De eerste jonge duiven die uit dit wonderbaarlijke koppel voortkwamen hebben enkele weken geleden enorme bedragen opgeleverd tijdens een publieke PIPA-veiling. Dit is het testament van een onwaarschijnlijk nieuw top-kweekkoppel. Ik zou persoonlijk ook heel graag een broer of zus van de amalia aan mijn hokken willen toevoegen.

Met succes een nationale KBDB-asduif kweken en ermee vliegen, dat is een droom die voor slechts enkele uitzonderlijke duivenmelkers ooit uitkomt. Maar om in datzelfde jaar ook nog eens 2° en 6° Kampioen jaarlingen te winnen, dat is een bevestiging van de uitzonderlijke kwaliteiten van de Casaert-Senechal vliegduiven. De wereld heeft generaties lang zijn blik op België gericht voor de beste lijnen, en het ziet er niet naar uit dat daar snel verandering in zal komen.